De watermolen van Meersel-Dreef

 

 

Het graafschap Hoogstraten telt oorspronkelijk acht molens.

Dit deel gaat over de watermolen van Meersel-Dreef.

In 1382 staat er zeker al een (houten) watermolen. Deze eerste

molen heeft een onderslagrad en is ingericht als (olie)slagmolen.

Later wordt hij aangepast om er ook graan te kunnen malen. In 1621

wordt de molen grotendeels vernietigd in de oorlog tussen de

Spanjaarden en de Nederlanders. En in 1668 brandt de houten

molen helemaal af. Waarschijnlijk wordt dan de eerste stenen molen gebouwd.

 


Bovenstaand een ansichtkaart uit 1904:
Dit is de molen welke in 1910 door brand is verwoest. Onder het schuine afdak bevond zich het waterrad.

 

 

Omstreeks 1809 wordt ook dit gebouw door brand vernield en daarna

herbouwd. In 1845 verkoopt de hertog van Salm Salm de watermolen

aan de familie Rommens. Wanneer het gebouw in 1910 nogmaals afbrandt

is Victor Rommens eigenaar. Deze blijft niet bij de pakken zitten en

herbouwt de molen onmiddellijk met een voor die tijd revolutionair

maalwerk. De molen wordt niet meer aangedreven door een klassiek

waterrad, maar door twee metalen schoepraderen of turbines,

die horizontaal in het water liggen en twee verticale assen aandrijven.

Met hun 40 pk lag de  opbrengst van de turbines drie keer zo hoog dan bij

een onderslagrad. De installatie is afkomstig uit de Singrund fabrieken uit

het Franse Epinal, en is terecht als industrieel erfgoed beschermd.

 

De turbine's van het type Singrund uit Epinal, Frankrijk.

 

 

De molen ligt boven een oude arm van de Mark, die in 1614-1621 in

opdracht gegraven werd. Vanuit de oude Mark laat men

het water via een ondergrondse toevoerkoker naar de turbines

stromen, waarna het langs een brede wateruitlaat terechtkomt in de

molenvijver. Deze is enkele tientallen meters verderop met de

nieuwe Mark verbonden. Wanneer de turbines niet gebruikt worden,

kan het water eventueel nog weg langs een ontlastingskanaal, dat via

de kamer van het vroegere onderslagrad naar de molenvijver loopt.

 

Op de eerste verdieping is het gietijzeren raderwerk bewaard

gebleven. De verticale turbine-assen brengen er het groot centraal

spoorwiel in beweging. Dit wiel kan door een eenvoudig

hefboomsysteem verbonden worden met drie rondsels, die elk een

steenkoppel in beweging brengen. Deze drie koppels maalstenen

bevinden zich op de tweede verdieping; elk in een kist van hout en

metaal. Aanvankelijk doet de molen dienst als olieslagerij én

graanmolen. Tot de Duitsers de olieslagerij tijdens W.O. II

grotendeels vernielen. De rest van het maalwerk blijft gelukkig

intact, zodat Louis Aerts als laatste pachtermolenaar nog tot in 1992

kan blijven malen.

 

"De restauratie"

In 1997 rijden Hans Snel en Ans Groot per toeval langs het

monument. Het is liefde op het eerste gezicht. Ze gaan op zoek naar

de eigenaar, notaris André Rommens. Wanneer die overtuigd is van

hun goede bedoelingen, verkoopt hij hen in 1998 de molen. Hans en

Ans, die eerder al een zeilschip uit 1902 restaureerden, gaan haast

onmiddellijk aan het werk. In een eerste fase herstellen ze het dak,

de zolder en het houtwerk. Vervolgens richten ze éénderde van het

pand in als woongedeelte. Daarna moet de maalinstallatie zelf onder

handen genomen worden.Het koppel restaureert de watermolen met

veel respect voor het bestaande. Daarenboven weten ze de eigentijdse

wooneenheid harmonieus in het historische pand te passen. Door de

scheidingswand deels in glas te maken, realiseren ze een knappe

inkijk tussen de beide delen. Een sublieme combinatie van

hedendaagse vormgeving en industrieel erfgoed !